grijslijst

Mijn techniek uitgelegd

Nagenoeg altijd gebruik ik de techniek die ook oude meesters gebruikten: grisaille en glacering. Eerst alles monochroom schilderen, tot in detail. Vervolgens als de compositie en contrasten helemaal goed zijn, begin ik pas met kleur. Hele dunne transparante lagen om beetje bij beetje het schilderij in te kleuren.

Grisaille techniek. Ouderwets gedoe of een goed idee?

Grisaille, onderschildering, doodverf, een techniek die in de zestiende eeuw de meest gebruikte schildertechniek was. Wat is het, waarom werd het gebruikt, en waarom zou je het nu nog gebruiken?

De term Grisaille komt uit het Frans, en betekent zoveel als Grijzing. Oorspronkelijk werd de term gebruikt voor kleurloos glas binnen gekleurde glas in lood ramen, wat rond 1300 op kwam. Later werd de term gemunt in de schilderkunst. Een grisaille is een grijs-schildering, waarin je dus de hele voorstelling in grijstinten opzet, of in ieder geval monochromatisch. Rembrandt en de zijnen gebruikte bruintinten (brunaille) maar groen werd ook wel gebruikt. 

Nadat de onderschildering helemaal klaar is (een zwart wit foto) is het tijd om de kleur aan te brengen. Dit gebeurt in hele dunne transparante lagen, ook wel glaceren genoemd.Vaak zijn het drie tot vier lagen hoewel er ook schilders zoals Titiaan waren die veertig lagen aanbrachten.

Redenen om een grisaille te maken

Er zijn grofweg twee redenen voor een grisaille. Laten we ze even bekijken.

Eerste reden: geld. Wit was altijd al een goedkoop pigment, en zwart ook. Loodwit en beenderzwart waren goedkoop, aardkleuren zoals gebrande omber waren goed betaalbaar, helder blauw of rood was erg duur. Ultramarijn blauw, gemaakt van lapis lazuli, was in de zestiende eeuw duurder dan goud. Om te voorkomen dat je alleen nog maar in goedkope kleuren ging schilderen was het handig om een techniek te hebben waarbij de dure pigmenten minimaal gebruikt hoefden te worden. En grisaille is zo’n techniek. Door de hele compositie op te zetten in de goedkope pigmenten en vervolgens een minimale hoeveelheid blauw er overheen te schilderen kon je dus veel besparen. Dat je dan veel dunne lagen aanbrengt van monochromatische olieverf, dus verf die je niet mengt maar puur gebruikt, ging er ook minder verloren. 

Deze reden heeft zijn waarde verloren. In mijn schilderkist zitten alleen tubes van Cobra Artist, een watervermengbare olieverf van Talens. Een tube titaanwit kost 7 euro en ultramarijn blauw is minder dan 8 euro, dus om de prijsverschillen hoef je niet meer wakker te liggen.

techniek: grijstinten op het palet

De tweede reden: compositie. Ik heb veel in het theater gewerkt en daar was de stelregel dat een decor bij TL mooi moest zijn. Als je dat decor dan in het theater kundig belicht dan wordt het prachtig. Voor schilderijen geldt dit ook: als de compositie zonder kleur al mooi is, dan komt het meestal wel goed. Als je ziet dat het niet helemaal goed werkt is het met je grijstinten veel makkelijker om de compositie aan te passen.

Ook deze reden heeft minder waarde. Hoe makkelijk is het om op basis van foto’s te werken, en in een programma op je laptop aanpassingen te maken tot het is wat je wil. Makkelijker met de muis dan met je penseel.

Ik voeg hier een derde reden aan toe: vereenvoudiging. Vóór ik met olieverf ging werken heb ik veel portretten met potlood getekend, en ben dus heel erg gewend om in grijstinten te denken. Toen ik begon te schilderen kwam er ineens een hele dimensie bij: de tint was licht genoeg maar toch net iets te rood. Dat kun je wel herstellen maar dan is je verf inmiddels wat te licht. Dat heb je niet bij zwart-wit schildering: je hoeft alleen maar aan de verhouding zwart en wit te denken. En zodra je het hele schilderij klaar hebt in deze kleurloze versie, en je compositie is overtuigend en in balans, kun je nadenken over de kleuren. 

Voor mij is dit absoluut de reden om een grisaille te gebruiken. Ja natuurlijk maak ik ook snelle alla prima werkjes gelijk in kleur maar als ik gedetailleerder werk maak dan is grisaille meestal de techniek die ik kies. Het stelt me in staat om efficiënt te werken en is voor mij de kortste weg van leeg canvas naar een werk waar ik tevreden over ben.

Risico van de techniek

Er is wel altijd een risico bij deze techniek, omdat je werk er ook uit kan gaan zien als een ingekleurde zwartwit foto. Dat is mij in het begin ook een keer overkomen, en ik heb het er toen bij gelaten. Gelukkig is het vrij eenvoudig om dan gewoon even door te zetten en met één of twee extra lagen de ruimtelijkheid in de kleur terug te brengen.

Inmiddels heb ik redelijk wat werken met deze techniek gemaakt – bekijk hier een voorbeeld. Bij dit voorbeeld zie je ook de verschillende stadia die ik gebruik bij zo’n werk.

Rijkere kleuren

Nadat ik deze techniek vaker naar tevredenheid heb gebruikt ben ik er meer over gaan lezen en de theorie hierachter is best interessant. Omdat de olie die als drager wordt gebruikt het licht niet afbuigt, gaat een lichtstraal behoorlijk recht door alle lagen heen. Als je dan een aantal monochromatische lagen hebt (bijvoorbeeld een laag met een blauwe verf die uit een enkel pigment bestaat gevolgd door een laag rode verf die uit een enkel pigment bestaat), is het resulterende paars rijker in kleur dan wanneer je beide tinten op je palet mengt en dan in een enkele laag aanbrengt. Dit is een van de redenen waarom oude meesters meer spreken dan impressionistische werken.

En als deze techniek voor Rembrandt goed was en voor Jan van Eijk, Caravaggio en vele anderen, waarom dan niet voor jou?
Bekijk gerust een tutorial voor je besluit of je er aan wil beginnen.